Verdieping – een fragment

Bron: Wiswerk (nog te verschijnen)

Ons zoeken naar waarheid is zo oud als de geschiedenis.
Menszijn is pelgrimeren, op zoek zijn naar verheldering, naar antwoorden op het mysterie van leven en sterven, de contrasten van oorlog en liefde, van bloei en verval, van succes en mislukking.

De stem van het leven zélf nodigt ons uit om te zoeken naar de zin van dit bestaan en actief gehoor te geven aan ons verlangen naar geluk en vervulling. Wij kunnen deze heilige opdracht, deze innerlijke bewogenheid, niet negeren zonder onszelf tekort te doen.

Het is ons meest vitale bestaansmotief, de zinvolste bedoeling en meest structurele bezieling te midden van voortdurend wisselende doelen, functies, waarden en bewegingen.

Ons leven is dagelijks onderhevig aan dit leer- en groeiproces.
Ieders kwaliteit van menszijn hangt rechtstreeks samen met dit motief, want wie zich te zeer richt op externe condities of afgeleide doelen, koerst op onvervuldheid. Zonder zicht op de zin van dit leven ervaren we enkel de zintuiglijke aspecten van het bestaan: beeldvorming, interactie, creativiteit en vele vormen van cultivering en vermaak.

Gemeten aan het potentieel van menszijn en in het licht van een vervuld totaalbestaan bieden tijdelijke compensatie, troost of afhankelijkheid geen betrouwbare ondersteuning.
Wie vooral identiteit ontleent aan de ons omringende condities mist de kernkracht van hartsvoeding en moet noodgedwongen teren op zwakkere bronnen.

Boeddha noemde zulk niet toekomen aan onze adel en volheid ‘lijden’: een leven getekend door de extremen van onvervuldheid én overbodigheid, van onderlinge afhankelijkheid én isolement.
Het gemis van stabiele, innerlijke kracht maakt ons vatbaar voor de verleiding van uiterlijk houvast en ongezonde omgevingen. En hoe vaker en hoe langer we daarop terugvallen, hoe zwakker we blijken te worden.

Het zoeken naar jezelf is te vergelijken met een pelgrimage, en in dit boek symboliseert de oefentrechter deze levenslange tocht.

De oefentrechter

De oefentrechter

Concreter: hij dirigeert het slagen ervan en ondersteunt het verloop ervan. Dit zijn de twee basisfuncties van de oefentrechter:

  • het doel borgen (motief: vervulling)
  • de juiste middelen verschaffen (methode: toenemende integratie)

Bewegen in de trechter geeft juiste richting en dynamiek aan ons leven.
De algemene basisoriëntatie van een bewuste beoefenaar tendeert te midden van wereldse verwikkelingen naar de betrouwbare stevigte van een vruchtbaar, universeel menselijk bodembestaan.

Uit een opgestuwd wervelen in een woelig bassin van onbegrepen krachtenspel, zonder duidelijk doel en zonder blijvende samenhang, laat meditatie me zakken in het tastbare leven zelf dat ik ben.
Daar ergens in mezelf zal per saldo verbetering of antwoord zich openbaren en uitdrukking kunnen vinden.

Bovendien, ikzelf was ooit de veroorzaker van de onechtheid en compensatie die me deden geloven in illusie (het ik) en houvast (de wereld).
Daarom wil ik nu, eenmaal op koers, ook de belichamer en uitdrukker zijn van wat ik duurzamer ben en van de bevrijdende wijsheid die het leven mij aanreikt en toevertrouwt.

Ik ben me ervan bewust dat niemand anders dit werk – het op orde brengen van mijn identiteit – voor mij kan doen. Het is aan mij om deze meest existentiële klus voorgoed te klaren, in lichaam, adem en geest.

Laat ik hierbij nooit vergeten dat alle oefenen steeds vreugdevol bedoeld is.
Laat ik loslatend me ontdoen van misverstand en overbodigheid.
Laat verinnerlijking me bevrijden van de behoefte om anderen lastig te vallen (iets te willen betekenen).

En laat onderzoek en ervaring mij verhelderen en mijn hardnekkige verwikkeld zijn oplossen, dan zal ik me voorzien voelen van alle wezenlijks dat steeds voorhanden is.

◄║►

Wijsheid (een fragment)

Bron: Dharmium, p. 228

Tijd voor de completering van onze expressie: om volledig te belichamen wat we echt zijn, moeten we ons subtielste bestaan kennen en erkennen, dat wil zeggen, we moeten ervaren wat het meest vormloze aspect van ons bestaan is, én we moeten dit aspect volledig kunnen vertrouwen, innemen en uitdrukken.

Innerlijkheid is dagelijkse kost voor wijze mensen; al hun verschijningsvormen en functies komen eruit voort en worden erdoor verzorgd.

Hoe onwetender we zijn, hoe meer we opereren in de sfeer van uiterlijke gevolgen; hoe wijzer we zijn, hoe meer we het wonderlijk mechanisme gewaar zijn van een niet te ontraadselen innerlijke bewogenheid. Deze grondkracht of bronwerking wordt leegte genoemd of zodanigheid of waarheidswerking.

Een eenvoudiger en universeler term voor deze meest innerlijke, menselijke identiteit is “geest” – niet in de functionele zin van breinwerking, maar in de existentiële zin van hartsbewustzijn.

Zelfkennis en wijsheid hangen rechtstreeks samen met inzicht in onze geest. En het omgekeerde is ook waar: het is ons gebrek aan geestelijke kwaliteit dat ons gemaakt heeft tot gefixeerde stervelingen die een wereld van lijden creëren, afhankelijk van en bewogen door karmische condities.

Het is heel eenvoudig eigenlijk: wij zijn in staat allerlei zinloze constructies en activiteiten te doorzien; daarmee bewijzen we toch dat we over bruikbaar wijsheidspotentieel beschikken?

Het visie-aspect is dus aanwezig.
De laatste, consequente en noodzakelijke stap is dan de koppeling te maken naar de praktijk: uitvoeren wat we geloven, gezag geven aan de voelbare bedoeling, vertrouwen schenken aan wat ons innerlijk duidelijk is.
Dit betekent: oefenen – enerzijds om resterende blindheid en hechting kwijt te raken, anderzijds om actuele kloppendheid volkomen spontaan te belichamen.

Zoals er maar één werkelijkheid is, zo is er ook maar één wijsheid (prajna, de zesde paramita), uitgedrukt in allerlei termen en methodes, maar voortkomend uit één en hetzelfde inzicht in de levende wetmatigheid die wij allemaal delen.
Die wetmatigheid luidt: de geest is de grondsubstantie van adem en lichaam.
In de kern zijn wij geestelijke wezens, ieder van ons is expressie van de ene, alles doorwasemende bewustzijnswerking.

Deze verwijzing naar de waarde van innerlijke kwaliteit komt ook terug in de soetra-formule “Vorm is leegte”.
Alle zintuiglijke verschijnselen, inclusief conceptualisaties, bestaan niet op zichzelf; zij bestaan niet op zichzelf als blijvende werkelijkheden maar zijn de producten van een continu veroorzakingsmechanisme: de maakbaarheid van het apparaat (namarupa), de keten van oorzaak en gevolg (samsara).

Maakbaarheid is onze kleine pool, de apparaat-identiteit, bestaande uit de vijf skandha’s die als een afgebakend, zelf gedefinieerd personage een geconditioneerde wereld en werkelijkheid scheppen.

Intussen werkt er binnen in ons de centrale wijsheidspool van onze ware aard (boeddha-natuur).
Het is precies dít vermogen dat ons in staat stelt intuïtief te begrijpen dat we niet compleet opereren; hierdoor worden we ons steeds beter daarvan bewust en kunnen we ons ervan bevrijden.

Deze existentiële tweepoligheid van grote-ik en kleine-ik is slechts een tijdelijk hulpmiddel (upaya), want van oorsprong – en dus ook qua potentieel en bedoeling – is ieder van ons één intrinsiek samenhangend wezen, en geen versplinterd, onaf, verward en afhankelijk samenraapsel van externe condities.

Diep in onze kern, in de kern van álle mensen, pulseren de twee dringendheden: geluksdrang en waarheidsdrang.
We bezitten een authentieke stem die getuigt van die pure kern, een stem die zuiver van onzuiver kan onderscheiden en die besef heeft van motivatie, richting, perspectief.

Je bewust worden van de tweepoligheid in je bestaan – enerzijds kernpotentieel en anderzijds perifere conditionering – leert je het verschil te zien tussen de centrale, tijdloze pool van innerlijke hartskwaliteit en de instabiele, schijnbaar vrije maar permanent zorgwekkende pool van projectie en maakbaarheid.

◄║►

Bestaanskwaliteit


Bestaanskwaliteit: brein (1), buik (2) en hart (3),
als locaties van respectievelijk zintuiglijkheid, energie en hartsbewustzijn
.

◄║►

Belevingskern (meditatie)

Een meditatie voor bodhisattva’s
Afbeelding van belevingskern

Het meest romantisch is de plek
waar geen romantiek heerst. [1]

Rijpe beoefenaars waarderen de elementaire hartskwaliteiten echtheid en volheid.
Je kunt ze inzetten als ‘bevrijdingsgedaantes’ om je te ontdoen van egoïsme en dualisme. Grofweg corresponderen zij met de linker- en rechterpoot van de oefentrechter: zij stellen ons in staat karma (conditionering) los te laten en dharma (potentieel) toe te laten. [2]

Een centrale faciliteit in de trechter vormt de belevingskern, te vergelijken met de pupil van het wijsheidsoog. Hij fungeert als een verticale koker die hemel en aarde verbindt; er heerst daar oerkwaliteit van leven. Je vindt er geen speciale geschiedenis, geen taken en connecties, geen vervuiling of hechting.

Dit is de plek waar je je vestigt in de echtheidsconcentratie, met de twee aspecten ‘dichterbij’ en ‘dieper’. Je kunt deze faciliteit benutten als een tijdelijke compressie die je creëert in dienst van zuiverheid en kracht: je reduceert je beleving bewust tot een enkelvoudig, verticaal doorwasemd worden in de belevingskern.

Hiermee vestig je de juiste houding van eenpuntige overgave: de dharma kan vrij werken door elke cel, in alle adem, in al wat zich voordoet. Deze gecomprimeerde ruimte van de belevingskern laat ons wennen aan het dharma-lichaam waar al wat leeft onvoorwaardelijk door wordt gedragen en gevoed in synchrone samenhang met alle andere levende wezens.

Eenmaal gelouterd door de echtheidswerking heb je vervolgens alle ruimte om de ultieme voltooiing van de volheidsgedaante te exploreren via de ‘concentratie-van-voller-en-verder’.
Want gaandeweg heft de compressie zich vanzelf op en dan blijken we te zijn thuisgekomen in de onbegrensde bodhimanda, de eindplek van verwerkelijking. [3]

> voor het vervolg van dit artikel,
klik onder de noten op ‘Lees verder…’


[1] Regel uit een gedicht van zen-leraar Hongzhi: Leighton, Taigen Dan: Vruchtbare leegte; de stille verlichting van zenmeester Hongzhi. Bloemendaal 2002, p. 100.

[2] Zorg alvorens met deze oefening aan de slag te gaan dat lichaam en adem vertrouwd zijn met de basiselementen van meditatie: ontspanning, gerustheid, juiste motivatie. Maak geen amusant visualisatiespul ervan.

[3] Bodhimanda betekent letterlijk: de plaats van verlichting (in het Japans: dojo); het was ook Boeddha’s eindplek waar hij verlichting vond. In het dharma-pad is bodhimanda het eindpunt van bevrijdende transformatie: alle karmische obstakels zijn overwonnen en je opent je voor de mededogende hartskwaliteiten van boeddhaschap.
De bestaansbodem verheldert en zuivert ons met dharmische echtheidsgloed; geleidelijk verruimt de vredige lichtheid van deze beleving zich en verbindt zich met de dharma-druppel in ons hart. Dit maakt het hart van elke serieuze beoefenaar voorgoed tot een bodhimanda.

DICHTERBIJ

Je betreedt de belevingskern via het laten versmelten van jouw weefsel met de kernwand. Met andere woorden: je laat het stoffelijke cellenspul transparant worden en voelt hoe huid en wand identiek worden op het subtiele punt waar zij elkaar waarnemen en raken.

Intuïtief gewaarzijn stelt ons in staat objecten te doordringen en te transformeren tot ruimte van beleving, tot ruimte van levende dharma-werking. Dit heet ook wel ‘het wijsheidsoog’: alle activiteit wordt hier gedeeld en begrepen – oftewel: rechtstreeks doorzien.

Met deze dichterbij-stap geef je concreet gehoor aan het eerste deel van Boeddha’s dubbele uitnodiging:

Kom vriend,
waarheid is hier betrouwbaar verkondigd;
leid vanaf nu het edele leven,
dan wordt lijden voorgoed opgelost. [4]

De verbinding met Boeddha is een waardevolle, onmisbare inspiratie voor de beoefenaar. Hij levert ons de wijsheid van het onderricht dat ons zicht geeft op universele wetmatigheden en inzetbare hartskwaliteiten. Samen met het innerlijke kompas van ons geweten zorgt betrouwbaar onderricht voor een veilig en succesvol verloop van de menselijke pelgrimage.

Vertrouwen in Boeddha – die als belichaming van geslaagd menszijn staat voor alle integere leraren – leert ons onszelf kennen en vertrouwen. Via de connectie met zo’n leraar kunnen we zowel de intrinsieke goedheid van menszijn herkennen, dat wil zeggen, de puurheid zien van definitieve, behoefteloze vervulling, alsook de bevrijdende kracht en expressie waarmee we anderen tot steun kunnen zijn op hun tocht.

Boeddha benaderen via de dichterbij-stap betekent jouw veronderstelde isolement en begrenzing loslaten en beseffen dat anonieme, menselijke identiteit op hartsniveau wezenlijk geen verschil kent.
Eenmaal koersend op dit eenheidsbesef komt jouw eigen boeddha-natuur zelfs lijflijk tot leven. In dit licht verliezen oude gehechtheden en kleingeestigheden per saldo hun aantrekkelijkheid; in plaats daarvan krijgt verlangen naar bevrijding (bodhicitta) een steeds centralere plek in ons bestaan.

Nu je voldoende vertrouwd bent met de boodschap en potentie van het wijsheidsonderricht oriënteer je je naar de tweede stap waartoe de belevingskern ons uitnodigt, namelijk ‘dieper’ zakken in de dharma-bron, zoals ook Boeddha heeft gedaan. [5]

DIEPER

‘Dieper’ staat voor zakken in de bestaansbodem van oerbedoeling, de reële werking van menselijk hartsbewustzijn. Die werking doorwasemt ons als een serum van wijsheid en liefde. Dit is de eigenlijke, niet-geconditioneerde – in feite ongeboren en doodloze – geesteskracht die ons lichaam en onze adem verzorgt.

De intrinsieke bedoeling daarvan is het blijvend realiseren van alle hartspotentieel: de vervulling van menszijn. Activeren van potentieel is zijn continue, natuurlijke bedoeling, werkzaam in ieder van ons omdat ons hart voorzien van een onverwoestbare druppel van dit spul, waarneembaar in de vorm van geweten en waarheidsbesef.

Je zakt in deze bron en laat de werking als een serum jou doordringen totdat er nergens meer iets anders voelbaar is dan actieve dharma-werking.
Maak er niets bijzonders van; het laat je enkel vertrouwd raken met onze ware aard, de authentieke kwaliteit van bewustzijn die alles beweegt en in stand houdt.

Zoals jijzelf voorheen in de dichterbij-stap huid en wand transparant hebt gemaakt, zo laat je nu zakkenderwijs de echtheidsgloed jou transparant doordringen en oplossen. Hoe completer je loslaat, des te eenvoudiger deze kracht jou kan opschonen en bedienen.

Met deze bevrijdende beleving – de ommekeer die een einde maakt aan egoïsme – kom je thuis in de vormloze bodhimanda, de eindplek van alle verwerkelijking.
Deze plek ga je in feite niet meer verlaten: de geest, grenzeloos en alomvattend, hoeft niet meer te bewegen. Zuiver, groot en open leer je te werken hier als bodhisattva in het transcendente volheidsterrein.

Tot slot: heel dit oefenen kent geen tijdsbestek.
Alles hangt af van jouw authentieke voelen en herkennen.
Elke stap is eenvoud van totaalbestaan.


[4] Bron van dit citaat: Kohn, Sherab Chödzin: The awakened one; a life of the Buddha. Boston 1994, p. 48.
Dit is de standaardformule die Boeddha gebruikte voor het verwelkomen van nieuwe leerlingen op het pad.
Twee elementen zijn hierin te vinden:

  1. Bevrijding is in mij gerealiseerd (‘…is betrouwbaar verkondigd’);
  2. Ook voor jou is overwinnen van lijden mogelijk (‘…wordt opgelost’).

[5] Een canonieke uitspraak van Boeddha luidt: ‘Ik baseer me op de Dharma, respecteer en vereer de Dharma en neem de Dharma als mijn autoriteit.’ (Breet, Jan de & Janssen, Rob: Anguttara Nikaya – De verzameling van numeriek geordende leerredes 1. Rotterdam 2016, p. 217)

Meer hierover in het nog te verschijnen boek Wiswerk.

◄║►

Bewustwording

zonsopkomst

Zonder verlangen naar bevrijding kun je geen rust brengen
in de jacht naar aangename resultaten op de golven van wereldlijkheid.

Terecht verlangen is een aanvankelijk voorwaarts begrepen maar feitelijk achterwaarts werkzame ‘herinnering’ die ons helpt na te voelen hoe onze ware aard een enkelvoudig, vervuld karakter heeft.

Verlangen is in wezen een actieve functie (kennisgeving) van reëel bestaande vervulling: realiteit komt nooit pas in de toekomst tot stand – en een tweede werkelijkheid vergeten we maar gevoeglijk.

In de loop van het oefentraject gaan het verlangen en het verlangde samenvallen: zij blijken in realiteit identiek te zijn. Identiek, omdat het reëel bestaande dat verlangd wordt (waarheid; betrouwbaar bewustzijn) ons steeds opnieuw dit verlangen naar zichzelf schenkt, via een steeds duidelijker besef van onze ware aard.
Wij noemen dit bewustwording.

Waarheidsliefde schenkt rust en vertrouwen aan mijn omgang met dit verlangen; het laat me inzien dat zelfs mijn verlangen hier en nu deel uitmaakt van mijn ware aard. De puurheid van dit verlangen geeft het zijn terechtheid (gezag) en belevingskracht (efficiëntie).

Verlangen, als blijk van diepst levende bedoeling, zet subtiele mechanismen in werking in onszelf en naar onze omgeving die zich manifesteren in gedachten, woorden en handelingen.

Als je dit pure, echte besef van iets kostbaars tot een consistente factor maakt, dan zal dit voor jou als beoefenaar een bron van heilzame, bevrijdende en versterkende vermogens vormen.

Goedkope verlangens gaan vervelen, zij worden gaandeweg vervangen door een kostbaarder, dat wil zeggen, een dierbaarder motief: het ene, meest soevereine verlangen van intrinsiek bedoelde belevingskwaliteit.

Je zou kunnen zeggen: het leven verlangt zo hard naar ons – bewustzijn herkent zichzelf zo duidelijk in ons – dat we niets liever gaan willen dan in bevrijdende overgave ons openen voor alle echte werking ervan.

Hoe helderder wij deze kracht beleven, des te dierbaarder wordt ons het innerlijk potentieel. En hoe directer ik mijn ware aard leer uitdrukken, des te ruimer ik me open voor het onvoorwaardelijk belichamen ervan.

Bron: Wiswerk (nog te verschijnen)

Citaat: Tsongkhapa’s Drie kernelementen
Foto: Sebastian Voortman

◄║►

Vruchtbare dood

boeddha-parinirvana-klein

Boeddha’s parinirvana (bron
)

Wie de kern van de Dharma heeft bereikt
vreest niet dat de koning van de dood zal komen.
(Boeddha) [1]

Wij wereldlingen ervaren het leven als lineair verlopend tussen de momenten van geboorte en dood: we verschijnen en verdwijnen weer, komen en gaan – zoals dit voor talloze verschijnselen geldt.

Maar wanneer je de ruimte of kracht vanwaaruit je komt en waarin je ook weer verdwijnt leert herkennen als achterliggende bewustzijnswerking, dan besef je dat wij als een daarin ingebedde belichaming van adem en vlees heel concreet een variant of manifestatie zijn van diezelfde geestelijke grondrealiteit.

De dood mag dan wat veel gevraagd zijn voor de cognitieve vermogens van onze persoonlijke apparaatgeest, maar onze wijsheidsgeest kan de aard ervan voelbaar maken via intieme beleving van hartsbewustzijn.

In de non-conceptuele ruimte van innerlijkheid worden er geen objecten verwerkt; daar is geen aanleiding voor belangenspel of oordeelsvorming.
De authentieke belevingsgeest van hartsbewustzijn is de kern van onze identiteit. Hij maakt het ons mogelijk de puurheid van leven zélf te proeven, los van elk verschijnen en verdwijnen.

Dit verfijnd gewaarzijn beantwoordt aan onze ingeboren notie van ‘mezelf zijn’. Het is de centrale bron van al onze geestelijke vermogens, terwijl dit gewaarzijn zélf niets nodig heeft, omdat het in zijn schenken geen energie verliest.
Nergens ontstaat hier een breuk, nergens gaat er iets verloren en nergens wordt er iets gemeden of gegrepen, zelfs niet wanneer er pijn of moeite ontstaat – of gelukzaligheid.

Uiteindelijk kent alle zelfonderzoek en oefenen maar één doel, één bedoeling, namelijk de grote kwestie van sterfelijkheid oplossen door het raadsel van de geest te leren kennen. [2]
De vraag ‘Wat is je diepste verlangen?’ kent dan ook maar één antwoord: echtheid, waarheid.


[1] Uitspraak van Boeddha, in Breet, Jan de & Janssen, Rob: Samyutta Nikaya ‐ De verzameling van thematisch geordende leerredes 5. Rotterdam 2013, p. 499.

[2] Zie bijvoorbeeld de volgende citaten:

  • ‘De dood leidt naar het bevrijdingspad.’
    (Milarepa in: Chang, Garma C.C.: The hundred thousand songs of Milarepa. Boston 1999, p. 607; zie: https://gedel.nl/vertalingen/milarepa/)
  • ‘De meest rijpe vorm van beoefening is het lichaam loslaten. Dit noemt men het unieke punt dat [zelfs] door stamhouders niet kan worden overdragen.’
    (Torei, Enji: Discourse on the Inexhaustible Lamp of the Zen School. London 1996, p. 347)
  • ‘Om dit te begrijpen moet men weten dat de ziel intenser leeft waar zij liefheeft dan in het lichaam dat zij bezielt.’
    (Joannes van het Kruis: Mystieke werken. Gent 1992, p. 313)

Deze tekst is een fragment uit het nog te verschijnen boek Wiswerk.

◄║►

Connectie met Boeddha (artikel)

Mahakasyapa_smiling_at_the_lotus_flower
Boeddha’s bloem en Kashyapa’s glimlach

Beschouw alles – zelfs bergen, rivieren, planten en bomen – als jouw leraar. (Morihei Ueshiba) [1]

Er is een oefenvorm die heet ‘de concentratie van dichterbij en dieper’, kortweg ‘de echtheidsconcentratie’. Beoefening ervan vindt plaats in je belevingskern die als een verticale koker is waar het leven, hemel en aarde verbindend, ons doorstroomt zonder de functionele drukte van invulling, afleiding of vervorming. Hier ervaar je hoe de geest in essentie nooit komt of nergens gaat; reële geesteswerking doet ons de doodloosheid beseffen waarover boeddha’s en bodhisattva’s spreken.

‘Dichterbij gaan’ betekent dat je actief de connectie opzoekt met Boeddha’s aanwezig zijn (vanwege zijn ontwaakte, doodloze aard) zodat er intiemste hartsverbinding heerst.
Wij delen beiden dezelfde geesteskracht en waarheidsliefde. Het navoelen hiervan helpt me alle echtheid concreet te willen belichamen. Boeddha ziet mij vanuit zijn boeddha-oog en ik beleef dit als het activeren van mijn dharma-oog. [2]

Zo is Boeddha in twee hoedanigheden actief: de historische mens die het leven doorgrondde als een onvoorwaardelijk totaalbestaan en daarmee bevrijding vond, is een toegankelijke en uitnodigende kracht die makkelijk herkenbaar is voor mij. En als actueel, bevrijdend krachtveld van transcendente hartskwaliteit belichaamt hij ontwaakte geesteswerking die de volle omvang en diepte van menszijn verheldert, doorheen alle condities, inclusief zelfs sterven.

Deze visie doet me verlangen diezelfde kracht aan te boren en niet langer behoeftig en afhankelijk te zijn, uiteindelijk ook niet van Boeddha’s hulp of aanwezigheid. Het realiseren van de Dharma maakt korte metten met karmische klontering van onderscheid en houvast.

Dit besef leeft helder in mijn belevingskern, in deze waardige, authentieke ruimte van beleven die niet bepaald wordt door willekeurig welke hectiek van wereldkoorts en ik-kramp. Hier laat ik alle zintuiglijke en wereldse maakbaarheid of activiteit los en ben ik ontvankelijk voor rechtstreeks beleven van leven zelf.

Het leert me dat dit leven groter is dan ikzelf en dat het een kracht is die mij elk moment draagt en bezielt en bewust maakt; het wekt me op een subtiele, intuïtieve manier.

Plaatsnemen in de belevingskern stimuleert ons om resterende persoonlijke onrust of onafheid los te laten en in plaats daarvan ons te openen voor opgenomen worden, doorspoeld worden, begrepen en bevrijd worden. De levende Dharma is een actuele stroom van echtheid en volheid die elk moment overal werkzaam is in al wat wij zijn. Die werking is betrouwbaar, in elke denkbare vorm: ik verwelkom de intrinsieke goedheid en bedoeling ervan.

Wat het element ‘kern’ van ‘belevingskern’ betreft: dit duidt niet op een afsluiting of begrenzing; het is geen locatie. Het verwijst naar een geestelijke staat waar de ik-drukte is losgelaten en de pure werking van leven voelbaar wordt. In zo’n ruimte van direct, open beleven voel je je uitgenodigd geconditioneerde gewoontes en ideeën te laten voor wat ze zijn. Het is dezelfde ’transcendente’ ruimte die ook alle boeddha’s en bodhisattva’s belichamen: hartsbewustzijn.

Bewustwording hiervan leert mij deze pure kracht toe te laten. En dit niet alleen, want dit toelaten maakt me tegelijkertijd duidelijk dat heilzame beleving ook mededogend uitgedrukt moet worden en heel nuchter getoetst kan worden in alle wisselende omstandigheden.

Resumerend: de belevingskern van dharma-werking (boeddha-natuur, onze ware aard) stelt ons in staat de grenzeloze ruimte van geesteswerking te delen met al wat leeft.
Je ervaart hoe dit pure hartsbewustzijn nergens begrensd is en nergens verschilt: ‘Mijn hart en jouw hart zijn één substantie, inclusief alle kwaliteiten en potentieel.’

Dit is Boeddha’s bevrijdende visie, en de connectie daarmee stimuleert me de Dharma nog dieper op te zoeken en me te laten doorwasemen door die magmagloed. Zo komt via de concentratie van dichterbij (Boeddha) en dieper (Dharma) alle ware bedoeling tot leven.

[1] Morihei Ueshiba: Vrede als kunst. Heemstede 1993, pag. 14.

[2] Als dharma-beoefenaars beschikken we over vijf ogen (lees: geestesstaten of bewustzijnsfuncties): zintuiglijk oog (werelds), fijnstoffelijk oog (energetisch), wijsheidsoog (transcendent), dharma-oog (bodhisattva) en boeddha-oog (boeddha).

Hier een pdf-versie van dit artikel.
Foto: Wikimedia.

◄║►